Hondentips : Gezondheid en verzorging

De grasaar en honden

Wat is een grasaar?

Als gras niet gemaaid wordt en op natuurlijke wijze tot bloei kan komen, zal het in de maanden juni, juli en augustus aren ontwikkelen. Met name in natuurlijkgebieden komt het gras tot volle bloei.

Hond in het gras

Wat kan er mis gaan?

Honden vinden het vaak leuk om in het hoge gras te spelen en te ravotten. Met name honden met een langere vacht of lange hangoren (zoals een Cocker Spaniel) lopen kans dat grasaren zich met de weerhaakjes vastgrijpen in de vacht. De aren dringen steeds dieper in de vacht en kunnen zelfs doordringen in de huid met pijn en ontstekingen als gevolg.

Vaak kruipen ze bij honden tussen de tenen, maar ze komen helaas ook regelmatig in oren, ogen, neus, keel en longen terecht waar ze veel schade kunnen toebrengen. Grasaren lijkenklein en onschuldig, maar ze kunnen veel ongemak en pijn veroorzaken en kunnen zelfs de dood tot gevolg hebben (zoals hieronder te lezen is).

Voorkomen is beter dan genezen

In de zomer is het moeilijk om gebieden met wild groeiend gras te vermijden. Gras in bermen wordt ook niet altijd gemaaid en dan heeft gras de kans om tot volle bloei te komen. Controleer na iedere wandeling je hond op grasaren. Voel met je handen voor de vacht en controleer o.a. de voeten, oksels, neus en oren.

Houd ook het gedrag van je hond in de gaten. Als je hond plotesling veel niest, hoest of met zijn hoofd schudt, zou dit kunnen betekenen dat hij last heeft van een grasaar. Likt je hond veel op één plek, bijvoorbeeld tussen de tenen, dan kan dat ok een indicatie zijn.

Rottweiler Jan is nu eenzijdig doof

JanIngrid vertelt:

Als pup kwam Jan al regelmatig bij de dierenarts met oorklachten. Inmiddels 3 jaar geleden had hij weer zo'n periode waarin hij heel veel last van zijn oor had. Dus naar de dierenarts; het zag er wat onrustig uit en hij kreeg een zalfje. Hij bleef echter last houden en liep de hele dag te schudden met zijn kop, krabde in zijn oor en piepte. Weer terug naar de dierenarts. Er was veel irritatie te zien van het krabben, maar er was niet echt een ontsteking te zien. Jan kreeg een ander middel voorgeschreven. Ook dit hielp helaas niet, en inmiddels werd hij echt gek van de jeuk/pijn en klapperde ook 's nachts voortdurend met zijn oren. De dierenarts besloot Jan door te sturen naar Utrecht omdat er veel onrustighedenin het oor te zien waren. Er werd een scan gemaakt van zijn inwendige gehoorgang. Op de scan was te zien dat er iets zat wat daar niet thuishoorde. Een operatie was het gevolg; de inwendige gehoorgang zou verwijderd gaan worden. Tijdens de operatie bleek dat een volledig ingekapselde grasaar al die tijd de boosdoener was geweest. Deze grasaar had ervoor gezorgd dat er ook allemaal onrustig weefsel in het oor was gevormd.

Deze operatie is best ingrijpend, de hond wordt ervoor opgenomen en moet ook 2 nachten blijven. Na thuiskomst bleek pas echt wat een impact dit had gehad.

Doordat hij zeker in het begin veel pijn had, wilde hij absoluut niet dat er andere honden bij hem in de buurt kwamen, behalve zijn eigen huisgenoten gelukkig.

Ook zijn gedrag is veranderd

Uiteraard is hij nu eenzijdig doof, waardoor hij wat wantrouwend is geworden, schrikachtig kan reageren als hij een hond niet aan heeft horen komen, en dan ook behoorlijk snauwerig kan reageren. Heel jammer, omdat hij voor die tijd altijd heel sociaal was, en het lukt me tot op de dag van vandaag niet om dit weer om te buigen naar het gedrag van voor de operatie. Ook is hij nog afkeriger geworden van lijfelijk contact dan hij al was! Zelfs een cursus TTouchheeft niet mogen baten, ook hiermee ontspant hij niet.

Waaruit maar blijkt, dat zo'n klein grasaartje enorme gevolgen kan hebben, ook op gedrag van een hond!

Het tragische verhaal van Casch

CaschMaarten en Adele Peetoom vertellen:

Casch, Hollandse Herder Langhaar, was bijna 5 jaar oud. Hij was een levenslustige, speelse, lieve, gevoelige hond.

In het voorjaar van 2000 merkten we dat hij wat minder tegen de warmte kon. Hij leek wat benauwder. Hij kuchte ook af en toe wat. Toen dat niet over ging besloten we naar de dierenarts te gaan. Deze bekeek de hond van een afstand en vroeg aan mij: Wat denkt u? Ik als leek dacht aan kennelhoest? Hij hoest, dus .... De dierenarts ging hier zonder meer in mee en gaf, zonder de hond verder te bekijken of te onderzoeken, een middeltje mee waardoor de kennelhoest zou verminderen. Achteraf stom maar je vertrouwd je dierenarts toch? Nou, sindsdien niet meer... 
In de twee weken daarna ging het alleen maar slechter met Casch.

Ondertussen waren wij via het dierenasiel in bezit gekomen van 2 jonge katjes. Een van deze katjes was nog onder behandeling bij de aan het asiel verbonden dierenarts. We kregen hier een goed contact mee en besloten dat dit onze toekomstige dierenarts zou worden. Het ging ondertussen zo slecht met Casch dat hij niet meer dan een paar honderd meter wilde lopen. Omdat er een hittegolf heerste konden we geen onderscheid maken tussen ziek of gewoon te warm om iets te doen. Uiteindelijk besloten we hem naar de nieuwe dierenarts te brengen. Deze onderzocht Casch goed en vond de geluiden uit de longen niet goed. Er werd besloten om een foto van de longen te maken en hieruit bleek een flinke zwarte vlek. Het leek op een grote ontsteking. De arts vermoedde longvliesontsteking (pleuritis) in een gevorderd stadium. Omdat het erg heet was durfde de dierenarts een rit in de auto naar Utrecht niet aan en besloot ze om een punctie van het ontstekingsvocht op te sturen. Casch werd ondertussen aan een infuus gelegd en zou de nacht bij de dierenarts verblijven. Om 18:00 kregen we een telefoontje van de dierenarts dat Casch was overleden aan de gevolgen van de pleuritis... Hoe kan dat nou, wat veroorzaakt nu Pleuritis? De dierenarts gaf aan dat er vele mogelijkheden zijn maar een van de meest plausibele oorzaken is een grasaartje wat in de huid van de borst terecht komt en terecht komt in het borstvlies. Daar veroorzaakt het ontstekingen. Een grasaartje ... vervelende microscopisch kleine sprietjes met weerhaakjes, waardoor het, eenmaal in de huid, alleen maar vooruit kan. Met, in dit geval, fatale gevolgen. Door een slecht advies van een pseudo dierenarts en een hittegolf, waardoor we de tekenen niet goed hebben begrepen heeft Casch een maand te lang geleden en is hij uiteindelijk aan een ellendig einde gekomen. Bij juiste diagnose had Utrecht nog uitkomst kunnen bieden. Vooral mijn vrouw, Adele, heeft er erg veel moeite mee. Het was altijd haar hond. Tot de dag van vandaag denken we terug aan Casch met veel plezier en groot verdriet. Ondanks onze nieuwe levende have zullen we hem nooit meer vergeten.
 

Wat te doen?

Vermoed je (of weet je zeker) dat je hond last heeft van een grasaar? En kun je er zelf niet bij? Wacht dan niet langer en maak zo spoedig mogelijk een afspraak bij je dierenarts om erger te voorkomen.

Bron : Doggo.nl
 

Berenklauw

Periode: juni tot oktober

BerenklauwMensen willen deze plant nog wel eens verwarren met het onschuldige, veel kleinere Fluitjeskruid. In Nederland hebben we 2 soorten berenklauwen: de reuzenberenklauw (5m) en de gewone berenklauw (2m).

Hoe herken je de berenklauw?

Beiden zijn te herkennen aan de witte bloemschermen en de grote behaarde bladeren. De reuzenberenklauw heeft ook herkenbare rode vlekken op de stengel. De plant komt vaak voor langs de waterkant en in bermen en wordt steeds vaker gezien in stedelijk gebied.

Brandwonden

De grote boosdoener is het sap van de berenklauw. Het isfototoxisch en maakt de huid (en ook het oogoppervlak) gevoelig voor zonlicht. Als een hond in aanraking komt met het sap zullen er na ongeveer 24 uur rode, jeukende vlekken ontstaan. Dit proces zet zich voort en er zullen zelfs zwellingen een blaren ontstaan die op brandwonden lijken. De genezing duurt gemiddeld 1 à 2 weken. Als het sap in de ogen terechtkomt, kan de hond hier zelfs blind van worden. Op internet wordt zelfs een incident met fatale afloop gemeld.

Berenklauw

 

Berenklauw

Foto's: Hond Doefus van Anita van Dam met 'brandwonden' van de Berenklauw op zijn snuit.

Blootstelling aan zonlicht zo snel mogelijk beperken en spoelen met water. Neem voor de zekerheid contact op met je dierenarts om pijn en littekenweefsel beperken.

TIP

Zie je deze plant groeien bij een losloopgebied of een hondenuitlaatveld, dan kun je hiervan melding maken bij je gemeente en vragen of ze de planten willen laten verwijderen.

Bron : Doggy.nl

 

De zomer komt er weer aan! Helaas gaan honden en  hoge temperaturen niet goed samen. 

Honden kunnen de warmte moeilijk kwijt en hebben geen zweetklieren zoals mensen. Lees hier welke voorzorgsmaatregelen u kunt nemen voor de zomer:

  • - Zorg voor voldoende schaduwplekken voor uw hond. Laat uw hond nooit achter in een auto (ook al heeft u de raam open), caravan of tent.
  • - U hond moet altijd vers drinkwater ter beschikking hebben.
  • - Als uw hond het erg warm heeft (hijgen, lusteloos, kwijlen), maak de kop, oren, hals en poten nat. Een koelmathondenzwembad of koelhalsband is voor de zomer ideaal om voor verkoeling te zorgen.
  • - Honden met een dunne en korte vacht kunnen verbranden. Smeer de gedeeltes met een dunne vacht in met zonnebrandcrème.
  • - Maak geen lange wandelingen midden op de dag. U kunt het beste gaan wandelen met uw hond aan het begin en aan het eind van de dag. U kunt ook gaan wandelen in de bossen, daar is het vaak iets koeler.
  • -  Het asfalt kan in de felle zon erg heet zijn. Vermijd asfalt bij erg warme dagen en laat uw hond zoveel mogelijk op het gras lopen.
  • - Fietsen in de zomer heeft een risico. Uw hond moet een goede conditie hebben en de mogelijkheid hebben om te kunnen afkoelen in het water bijvoorbeeld. Het beste is om niet midden op de dag te gaan fietsen
  • Koelhalsbanden en koelmatten zijn gevuld met materiaal dat koud water opneemt en extra lang vast kan houden. Deze werken uitstekend bij bijvoorbeeld een autorit of bij warmtegevoelige hondenrassen.

    Oververhitting
    Bij oververhitting kan uw huisdier in een shock raken. Begin dan direct met het verkoelen van uw hond en als dit niet meer helpt bel direct de dierenarts. Oververhitting kan sneller gaan dan u denkt!

    Hoe weet je of een hond oververhit is?
  • De hond is hard aan het hijgen en gaat zelfs kwijlen en eventueel braken
  • De hond beweegt traag en lijkt uitgeput
  • De hond heeft weinig of zelfs geen honger
  • De binnenkant van de oren en de lippen voelen duidelijk (te) warm aan
  • De lichaamstemperatuur stijgt. Normale lichaamstemperatuur is tussen de 38-39 graden. Bij oververhitting gaat die over de 40 graden heen.
  • Slijmvliezen worden rood

    Wat als een hond toch oververhit is geraakt?

    1. Neem de temperatuur op. Is deze boven de 40,5 graad, neem dan direct contact op met een dierenarts.
    2. Verplaats de hond naar een koele plaats.
    3. Is de temperatuur boven de 42 graden, dan moet de hond metéén afkoelen. Scheer indien mogelijk de hals en buik kaal en koel dat met koud water. Alcohol > 70% kan goed gebruikt worden om de voetzooltjes af te koelen. De hersenen hebben het meeste te lijden onder de hoge temperatuur, daarom moet de hals geschoren en gekoeld worden.
    4. Is de temperatuur onder de 41,0, dan mag het afkoelen iets voorzichtiger. Afhankelijk van de vacht is het wel verstandig om te scheren, zodat er beter gekoeld kan worden.
    5. Neem elke 5 minuten de temperatuur op. Gaat de temperatuur naar beneden, bijv van 41 naar 40 graden, stop dan meteen met koelen, anders krijgt de hond een ondertemperatuur.
    6. Houd hem de eerste 24 uur goed in de gaten.
    7. Na een beginnede oververhitting hoeft een dierenarts de hond niet te controleren. Is de hond ernstig oververhit geweest, dan is het advies om altijd contact op nemen met een dierenarts.
  • Bron : Doggo.nl
     
 
 

Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband ?
Lees het artikel op onderstaande link. 
http://www.freedogz.be/equipment/image/data/pdfs/posters_web_NL.pdf

WEL OF NIET VACCINEREN?

Deze lezing is bij ons in Neede gegeven door holistisch dierenarts Tannetje Koning. Wilt u meer informatie over haar of over haar praktijk voor natuurlijke geneeswijzen in Otterlo, kijkt u dan op www.centrumoase.nl

Vaccinaties tegen virussen (Hondeziekte, Leverziekte, Parvo en Kennelhoest) worden ingespoten in het lichaam. Deze vaccins komen in de bloedbaan terecht en vinden hier heel makkelijk hun weg naar alle organen in het lichaam. En dit is vreemd, want virusinfecties vinden bij honden en katten normaal plaats via de slijmvliezen van neus en mond. Wanneer dit gebeurt schiet de eerste verdedigingslinie in actie als een soort defensie-apparaat. Zoveel mogelijk micro-organismen worden dan al tegengehouden. Komen er toch nog micro-organismen voorbij deze verdedigingslinie dan wordt het immuunsysteem ingeschakeld. Een goed imuunsysteem is in staat deze lichaamsvreemde stoffen te herkennen en zal proberen ze te vernietigen. Er wordt een opruimactie in werking gesteld om ervoor te zorgen dat het virus niet richting de organen kan komen.

Bacteriën, schimmels, parasieten en dergelijke kunnen ook op deze manier het lichaam binnenkomen, maar ook via de huid door bijvoorbeeld een verwonding.

Het geïnfecteerde lichaam zal dus eerst in de frontlinies proberen het gevecht te winnen om te voorkomen dat interne vitale organen als hart, longen, nieren, lever enzovoorts worden aangetast.

Zoals boven omschreven gebeurt vaccinatie gewoonlijk door middel van injecties onderhuids in de weefsels. Hierdoor wordt het virus via de bloedbaan direct gebracht naar de plekken waar het afweersysteem van het dier het juist uit alle macht probeert weg te houden. Dit legt een enorme druk op het afweermechanisme van het dier, en natuurlijk helemaal bij jonge dieren omdat deze hun hele afweersysteem nog aan het ontwikkelen zijn. Deze druk kan voor dieren te groot worden waardoor de algehele afweer juist afneemt.

Deze druk op het afweersysteem wordt nog eens vergroot doordat een vaccin meestal niet één, maar meerdere verschillende virussen, bacteriën en dergelijke bevat: de zogaamde cocktail. Het immuunsysteem wordt daardoor in één keer gebombardeerd en moet veel antilichamen tegelijk uitvinden en ook nog eens aanmaken om te overleven. Deze overdondering betekent een heel stressvolle situatie voor het immuunstelsel. Dit kan hierdoor overgestimuleerd, overspannen en in de war raken. Het is ook eigenlijk heel krom om alles tegelijkertijd te vaccineren, aangezien dieren in de natuur normaal ook maar met één micro-organisme tegelijk in aanraking komt en nooit met alles tegelijk...

Het inspuiten van meerdere vaccins tegelijk, dus in geval van een cocktail-enting, is geheel tegennatuurlijk en veel te veel voor een dierenlichaam om ineens te verwerken.

Naast de verschillende micro-organismen bestaan de vaccins uit veel andere stoffen, zoals conserveringsmiddelen, antibiotica, kankerverwekkende stoffen als kwik, formaldehyde en formaline, enzovoort. Alle toegevoegde stoffen kunnen ervoor zorgen dat het dierenlichaam zijn eigen cellen gaat aanvallen, de zogenaamde auto-immuunziektes en deze komen steeds meer voor. Bij de bacteriële vaccins zijn deze risico`s kleiner dan bij de virusvaccins. Wel is de kans op een allergische of anafylactische reactie weer groter bij bacteriële vaccins als gevolg van een hyperaktief immuunsysteem.

Vanuit immunologisch oogpunt is er helemaal geen noodzaak om vaccinaties ieder jaar te herhalen. Na het eerste contact, via natuurlijke weg of vaccinatie, met een ziekteverwekkend virus of bacterie, schimmel enzovoort, en het vinden van het juiste antilichaam, blijft jarenlang (zelfs het hele leven) in de herinnering van het immuunsysteem bestaan om welk type antilichaam het ging. Wordt het dier later alsnog eens besmet dan kan het door deze herkenning direct overgaan tot de produktie van specifieke antilichamen. Vergelijk het met een het feit dat je niet elke dag een blokje om hoeft te fietsen zodat je het fietsen niet verleert...

Het immuunsysteem hoeft er niet ieder jaar aan herinnerd te worden hoe het ook alweer moest. Misschien zelfs wel niet iedere drie jaar. De jaarlijkse vaccins betekenen overstimulering, een soort `drillen` van het immuunsysteem waardoor dit overprikkeld raakt. Het kan zelfs zijn onderscheidingsvermogen verliezen en uiteindelijk zelfs gaan reageren op ongevaarlijke stoffen zoals voedsel. Jaarlijks gegeven vaccins vergroten dus niet de immuniteit en zijn in feite overbodig.

Volwassen mensen krijgen immers ook geen jaarlijkse entingen meer tegen difterie, kinkhoest, tetanus en pokken?

ALTERNATIEVEN

Het meest voor de hand liggend is natuurlijk niet enten en zorgen dat de weerstand van het dier zo groot mogelijk is zodat hij een eventueel opgelopen infectieziekte op eigen houtje kan overwinnen. Dit gaat door het dier lichamelijk, emotioneel en psychisch gezond te houden en betekent een goede, natuurgetrouwe voeding, sociale kontakten met soortgenoten, liefde en aandacht. Mogelijkheden tot het uiten van natuurlijk gedrag, buitenlucht en zonlicht, zo min mogelijk stress en besmettingsgevaar voorkomen, totdat het imuunsysteem van het dier op volle kracht is. Want de beste verdediging tegen ziekte en de preventie ervan is een optimale gezondheid.

Voor veel mensen is helemaal niet enten een te radicale stap. In dat geval zijn op zijn minst de volgende punten te overwegen:

Er kan gestopt worden met de herhalingsentingen. Het jonge dier wordt één of twee keer ingeënt wanneer het een paar maanden oud is en daarna niet meer. Voor immuniteitsopbouw is dit voldoende.

Alle eventuele entingen/vaccins worden enkelvoudig gegeven, dus geen cocktails meer. Dit komt veel overéén met de natuurlijke besmetting met maar één ziekte tegelijk, waardoor het immuunsysteem geen enorme opdonder krijgt. Het liefst tussen de entingen een paar weken laten zitten.

De enting niet meer onderhuids laten injecteren, maar intranasaal (via de neus) geven.

Geen ziek, ongezonde dieren met een slechte conditie laten vaccineren. Geen dieren met een acute ziekte of herstellend hiervan. Geen dieren met een chronische ziekte als suikerziekte, nierfalen, cardiomypathie, artritis, enzovoort en ook geen dieren die medicatie gebruiken, bijvoorbeeld voor de schildklier of prednison. Vaak is het advies dat juist deze dieren geënt moeten worden om het immuunsysteem op te bouwen, maar dit is dus niet het geval!

Alleen vaccineren tegen ziektes die aan de volgende criteria voldoen: de ziekte is ernstig en/of levensbedreigend, het vaccin tegen de ziekte heeft bewezen effectief te zijn, het vaccin tegen de ziekte is veilig en kent geen nadelige gevolgen/bijwerkingen op korte of lange termijn en er is een grote kans dat het dier de ziekte op zal lopen.              

 Voor iedere infectieziekte worden de eerste drie punten afgelopen om te kijken in hoeverre punt vier van toepassing is. Vervolgens kan worden besloten het dier wel of niet te enten.

Virussen hebben een voorkeur voor een bepaalde diersoort en dan ook nog eens voor bepaalde cellen in dat dier. Zo zit het Parvo-virus het liefst in de darmcellen van een hond. Een kat of mens wordt er niet ziek van. En de levercellen van desbetreffende hond vinden het virus ook niet zo interessant. Dit weer in tegenstelling tot HCC (besmettelijke leverziekte), die bij voorkeur in de levercellen van honden zit.

Omdat het immuunsysteem na vaccinatie heel hard aan het reageren is om genoeg antilichamen te maken heeft het geen tijd om andere dingen te doen. Zo zien we geregeld na vaccinatie een ontsteking optreden. Dat kan bijvoorbeeld na een cocktailenting dan kennelhoest zijn of diarree. Dat komt doordat de weerstand tegen andere indringers op dat moment lager is. Tumoren die al wel aanwezig waren maar nog niet ontdekt, kunnen ineens de kop opsteken.

Door alle toevoegingen aan de entstof kunnen er allergische reacties optreden. Dat kan gering zijn, zoals zwelling op de plaats waar is geënt, tot ernstige reacties als opzwellen van de gehele kop tot aan shock en overlijden van een dier. Het immuunsysteem kan ook dusdanig ontregeld raken dat het niet meer weet wat wel of geen lichaamseigen cellen zijn, met auto-immuunziektes als gevolg. Inmiddels is het algemeen erkend dat AIHA (Auto-Immuun-Hemolytische-Anemie) veroorzaakt kan worden door enten. Dat is een ziekte waarbij het immuunsysteem de eigen rode bloedcellen afbreekt met bloedarmoede tot gevolg.

De farmaceutische industrie geeft aan dat bijwerkingen bij ongeveer 2 op de 1000 vaccinaties voorkomt. Dit is dus 0,2%. Holistisch dierenarts Tannetje Koning heeft in een 2-jarig onderzoek aangetoond dat dit minstens 2% is. En dit is alleen bijgehouden tot vijf dagen na de enting. Alle bijwerkingen die hierna optraden zijn hierin niet meegerekend...

De bijwerkingen die Tannetje Koning heeft waargenomen tot vijf dagen na de vaccinaties waren onder andere diarree (soms met bloed), niet lekker in orde zijn, sloomheid, lymfoom na drie dagen, disco-spondylitis na vijf dagen, kauwspier-myositis, jeuk en flauwtes.

Alleen een gezonde hond zal op een vaccinatie goed reageren door veel antilichamen aan te maken. In de bijsluiters van vaccins staat duidelijk dat alleen gezonde dieren gevaccineerd mogen worden. Maar dan komt de vraag: wat is gezond en wat niet (en wie beslist dat)? Een dier dat onder narcose is voor sterilisatie? Door vaccinatie zal de afweer tegen bacteriën tijdelijk minder zijn. Een hond met epilepsie? Onderzoek wijst uit dat honden met epilepsie net na de jaarlijkse entingen vaker toevallen krijgen. Een hond met jeuk? Jeuk kan een allergie zijn en dat is een ontregeling van het immuunsysteem. Vanuit dit oogpunt is het `even gauw halen van een enting` een bijzonder kwalijke zaak. Een vaccinatie is een behoorlijk zware ingreep waar veel mensen makkelijk aan voorbij lopen (ook omdat ze er geen idee van hebben). Het zal zorgvuldig moeten gebeuren. Elk dier zal dus met de eigenaar doorgenomen en goed nagekeken moeten worden zodat er zoveel mogelijk zekerheid is dat het dier helemaal gezond is en een vaccinatie aankan. Eigenaren moeten hier ook meer bewust van worden. Hoe vaak gebeurt het niet dat een eigenaar komt een hond die aan de diarree is en toch wil dat er ook maar gelijk gevaccineerd wordt, want `we zijn er nou toch?` Of een dier met hoge koorts toch willen laten enten...

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat vaccinaties een veel en veel langere bescherming bieden dan velen dachten. Dit is gedaan door het aantal antilichamen te meten, dit wordt titeren genoemd. Als een hond voor een bepaald virus een hoge titer heeft, betekent dat dat hij nog voldoende beschermd is. Een vaccinatie is dan niet alleen weggegooid geld, maar het voegt ook nog eens helemaal niks toe. Alleen een onnodig risico op bijwerkingen. Hetzelfde geldt voor pups. Dat pups zo vaak worden gevaccineerd is niet omdat de vaccins zo kort werken. Nee, zolang de pups nog antilichamen van hun moeder in hun bloed hebben slaat een vaccinatie niet aan. Dus ergens tussen de zes en twaalf weken is hoogstens maar één van de drie tot vier vaccins effectief, de rest niet.

In 1996 gaf een onderzoek van Olson al aan dat 85% van de honden vier jaar na vaccinatie nog voldoende antilichamen had voor Hondeziekte (Distemper). En onderzoek van Dodds in 1999 gaf aan dat bij meer dan 1400 honden 95% voldoende antilichamen had voor Parvo en 98% voor Hondeziekte. In Nederland is recentelijk nog een onderzoek gehouden waaruit de conclusie werd getrokken dat het enten van pups en jonge honden belangrijk is maar dat daarna veel langere intervallen mogelijk zijn omdat er nog voldoende antilichamen aanwezig zijn.

In Amerika heeft Ronald Schultz een onderzoek gedaan en hieruit bleek dat voor de drie belangrijkste ziekten (Parvo, Hondeziekte en Leverziekte) een bescherming van in elk geval zeven jaar gevonden werd. En het was hierbij niet zo dat de bescherming dan na zeven jaar ophield, langer is echter niet onderzocht. Dus het is goed mogelijk dat die bescherming langer duurt, mogelijk zelfs een leven lang.

Leptospirose (Weil) is een bacteriële ziekte en geen virus. De ziekteverschijnselen KUNNEN zijn: koorts, leverontsteking, spierpijn, geelzucht, nierontsteking, enzovoort. De infecties gaan echter lang niet altijd gepaard met specifieke symptomen en daardoor hebben eigenaren vaak niet in de gaten dat de hond ziek is. Is de ziekte ver gevorderd dan kan een dier hieraan overlijden. Het wordt vaak veroorzaakt door verschillende bacteriën: één van de veroorzakers verspreidt zich via de urine van honden en kan dus overgebracht worden wanneer hieraan gelikt wordt of op een andere manier binnenkomt. De andere bacterie bevindt zich in de urine van de bruine rat en vermenigvuldigt zich in water. Belangrijk is dus te weten dat Weil niet alleen opgelopen kan worden wanneer honden zwemmen maar ook daarbuiten.

Vaccinaties tegen bacteriën werken korter en slechter. En de bijwerkingen zijn ernstiger. In een vaccin zitten complete dode bacteriën die bestaan uit zeer veel eiwitten en al die eiwitten kunnen een allergische reactie opwekken. Daarnaast is het een dood vaccin dat een prikkelende stof bevat om het immuunsysteem aan het werk te zetten. Dus nog meer kans op vervelende reacties. Ook speelt mee dat er verschillende soorten Leptospirosen zijn. In de entstof zitten twee soorten die in het verleden veel bij honden voorkwamen: Leptospirose Canicola en Icterohaemorrhagica. Het is onbekend of dit nog steeds de twee meestvoorkomende zijn omdat, als een hond Lepto krijgt, niet wordt bijgehouden welke soort het is. In het zuiden van Duitsland en in Italië blijken andere soorten voor te komen. Dit maakt het een moeilijke keuze. Vaakt wordt pas de ziekte van Weil gediagsnosticeerd als al veel organen zijn aangetast, waardoor er zeker kan op overlijden is. Jammer genoeg is het (nog) niet mogelijk een titerbepaling af te nemen voor Leptospirose.

TITERBEPALING

Tegenwoordig is het mogelijk om met een druppel bloed te bepalen of er voldoende antilichamen aanwezig zijn voor Parvo, Hondeziekte en HCC. Dat kan elk jaar worden gedaan maar dat is waarschijnlijk niet eens nodig. Als de hond eenmaal goed gereageerd heeft op een vaccinatie met het aanmaken van voldoende antilichamen dan kan er vanuit worden gegaan dat de rest van het immuunsysteem ook gereageerd heeft en dat de hond beschermd is voor vijf tot zeven jaar. De titerbepaling is ook handig bij pups om te kijken of ze al geënt kunnen worden of niet. En om bij honden met een onbekende vaccinatiestatus (bijv. asielhonden) te kijken of ze beschermd zijn. De uitslagen van een titerbepaling kunnen worden vermeld in het vaccinatieboekje van honden en katten. Helaas is het nog niet overal mogelijk om titerbepalingen te laten afnemen.

Wanneer een titerbepaling aangeeft dat er voor bepaalde virussen onvoldoende bescherming is, kan de keus worden gemaakt het dier hier dus tegen te vaccineren. Kies dan altijd voor aparte entingen (geen cocktail), het liefst met tussenpozen van een paar weken. Dit geldt ook wanneer er wordt geënt tegen Kennelhoest en Weil. Sommige vaccinaties reageren sterk op elkaar, bijvoorbeeld Weil en Hondeziekte (Distemper). Parainfluenza heeft een volwassen hond eigenlijk niet nodig wanneer hij een goede weerstand heeft en een sterk immuunsysteem.

Kennelhoest (Bordetella Bronchiseptica) is een overbodige vaccinatie en kan afhankelijk van de omstandigheden en verplichtingen probleemloos worden weggelaten. Er zijn meerdere virussen waardoor een hond kennelhoest krijgt en de enting bevat er maar één. Aan kennelhoest zelf zal een hond niet overlijden, sterker nog: de meeste honden die worden geënt tegen kennelhoest krijgen kennelhoest en honden die niet meer worden gevaccineerd zijn al jaren verschoond van dit virus. Bovendien is aangetoond dat honden die jaarlijks worden geënt tegen kennelhoest een chronische infectie kunnen ontwikkelen aan de bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld bronchitis). Wordt er toch geënt tegen kennelhoest dan is het het beste dit via de neus te doen, dit wordt door de slijmvliezen opgenomen en daar moet het ook werkzaam zijn. Het komt hierdoor niet rechtstreeks in het bloed waardoor de werking effectiever en vriendelijker zal zijn.

Zoals boven vermeld zal een hond aan kennelhoest zelf niet overlijden, wel is het belangrijk goed te kijken hoe het met de hond gaat. Zijn er verschijnselen als koorts, longontsteking of iets dergelijks dan is het belangrijk om naar de dierenarts te gaan.

Nooit een vaccinatie gelijk met een behandeling tegen vlooien, teken of wormen! Chemische ontwormingsmiddelen en vlooienbestrijdingsmiddelen zijn op zich al een aanslag op het immuunsysteem en daar dan ook nog eens de risico`s op vaccinatieschade bij, dit is het slechtste wat gedaan kan worden. Als er dan toch chemische middelen gebruikt moeten worden, laat er dan minstens tien dagen tussen zitten en gebruik na het ontwormen probiotica om de darmflora weer aan te sterken met goede darmbacteriën.

Honden met epilepsie, honden die Prednison gebruiken, honden die niet optimaal gezond zijn, honden met auto-immuunziektes mogen nooit worden geënt. Niet alleen doen de vaccinaties op dat moment niks, ze kunnen ook nog eens meer schade toebrengen.

Voor pups en kittens geldt dat ze beter niet geënt kunnen worden op te jonge leeftijd. Voor 12 weken kan de enting alleen maar schadelijk zijn omdat het immuunsysteem nog niet voldoende is ontwikkeld. Eigenlijk is het immuunsysteem van honden en katten pas echt ontwikkeld op de leeftijd van één jaar, maar omdat honden en katten meestal al voor die tijd in aanraking komen met allerlei infecties (met name als ze uit het nest weggaan) kan het onverstandig zijn om zolang te wachten. Het wordt aangeraden om pups zo laat mogelijk (maar wel een week voor vertrek uit het nest) te vaccineren tegen Parvo. Het is niet te zeggen of deze vaccinatie dan al werkt omdat niemand weet of er nog antilichamen van de moeder aanwezig zijn. Daarna is het wenselijk om tussen de acht en tien weken een titertest te doen en dan te bepalen of het nodig is Parvo bij te vaccineren. In veel gevallen is het niet nodig en kan Parvo herhaald worden op de leeftijd van 12 weken, wanneer de DHP-enting voor pups aan de beurt is (Distemper, Leverziekte, Parvo).

Aan te bevelen is om de Leptospirose/Weil vaccinatie vooral niet eerder te geven dan op een leeftijd tussen 12-16 weken en dan ook een aantal weken tussen de DHP-enting en de Weil-enting te laten natuurlijk. De Leptospirose-enting kan zoveel bijwerkingen hebben dat dit te belastend is voor het immuunsysteem en daardoor zeker niet voor 12 weken gegeven moet worden.

Op de leeftijd van een jaar kan de hond gevaccineerd worden met de DHP-vaccinatie en wanneer ook dan gevaccineerd wordt tegen Weil is het verstandig hier minimaal vier tot zes weken tussen te laten. Ditzelfde geldt voor Rabiës, wanneer deze enting noodzakelijk is.

Na het eerste jaar kunnen (indien enten gewenst is) de drie-jarige intervallen worden aangehouden met de componenten uit de DHP en eventueel Rabiës.

Wanneer dit gewenst is zijn Leptospirose/Weil en Kennelhoest jaarlijks terugkerend.

De virale vaccinaties van het merk Nobivac, Merial en Pfizer (Vanguard) zijn al een tijdje voor drie jaar geregistreerd en bieden dus ook een bescherming van drie jaar. Dit geldt dus voor de entingen tegen Hondeziekte, Parvo en Leverziekte (de cocktailenting) en Rabiës.

De entingen die een jaar geldig zijn, zijn Leptospirose/Weil en Kennelhoest (Bordetella en Para-Influenza).               

Bron : Meat & More

 

Blauwalg en Eikenprocessierups

Bijna mei en dan komt er weer een punt bij waar we moeten opletten dat onze honden hiermee niet in aanraking komen. 

Blauwalg kan voorkomen vanaf mei tot ongeveer eind september. Het zijn microscopisch kleine organismen die vooral in zoet, stilstaand water voorkomen bij een temperatuur tussen 20° en 30°. Niets is zo leuk om met je hond ergens te gaan zwemmen. Maar voor je je hond het water in laat, kijk dan eerst of je geen Blauwalg ziet. 

Het heeft een blauw-groen achtige kleur en soms kans het ook rood-buin achtig zijn. Het drijft als een soort olie op het water. Ze worden ook blauwwieren genoemd. Wanneer deze laag dikker wordt en het wier dichter bij elkaar drijft, sterven de blauwwieren af. Juist bij dit afsterven produceren ze giftige stoffen die schadelijk zijn voor mens en dier. Het gif komt niet binnen via de huid, maar via de mond, de meeste slachtoffers zijn dan ook kinderen en dieren. 
Volgende symptomen kunnen optreden (meestal binnen 12u na aanraking) : hoofdpijn, huiduitslag, maagkramp, misselijk, braken, diaree, koorts, oorpijn, oogirritaties, keelpijn, gezwollen lippen en lopende neus. Deze verschijnselen houden meestal een 5-tal dagen aan. 
Onze honden kunnen ziek worden door te drinken of hun vacht schoon te likken. 

Niet alle blauwalgen zijn giftig, want sommige worden gebruikt in cosmetica, gezichtmaskers, en in levensmiddelen als bv in smaakmakers, eiwitleveranciers en stabilisators. Verder worden er proefprojecten uitgevoerd om de blauwalgen te gebruiken voor biobrandstoffen. 

De eikenprocessierups komt voor van half mei tot half augustus. Zoals de naam het zegt, vind je deze in de buurt van eikenbomen. Ze bevinden zich vooral in de zonnige zuidkant van de eikenstammen. 


De rups heeft lange brandharen en is eigenlijk ooit alleen. Als je een grote groep of rij (een processie) rupsen bij elkaar ziet op de stam van een Eik dan is de kans groot dat het Eikenprocessierupsen zijn. Meestal vind je in de buurt ook het nest wat ze zelf gesponnen hebben. Hierin bevindt zich het 'afval' (poepjes, haren, velletjes etc) van de rupsen. Let goed op, vooral in de bermen! Laat uw hond niet aan spinsels snuffelen. Een hond hoeft in principe de rupsen niet eens aan te raken om last van de brandharen te krijgen, want deze haartjes zweven ook door de lucht en kunnen zo alsnog klachten veroorzaken aan ogen en luchtwegen.

De brandhaartjes zorgen voor jeuk, zwellingen en roodheid. Is de eikenprocessierups in aanraking geweest met de ogen van uw hond? Of met de huid? Spoel direct de ogen/huid af met water. Doorgaans zijn de klachten weg na enkele dagen.
 
 

Lente tips ! 

Lente ! De natuur in volle bloei, het zonnetje, ...... het brengt vrolijkheid mee. Toch zijn er ook een paar nadelen. 

1. Hooikoorsts : 
Niet alleen mensen maar ook honden kunnen er last van hebben. Honden reageren wel anders dan mensen, die niezen en een lopende neus hebben. Honden hebben vooral jeuk wat kan leiden tot krabben. 
Merk je iets aan je hond ga dan altijd naar je dierenarts. (ook bij de volgende tips)

2. Parasieten en insecten: 
 Teken : Daar hebben we het al over gehad in een ander artikel. 
 Luizen : Behandel je hond hiervoor regelmatig. Er zijn goede producten te vinden bij je dierenspeciaalzaak of dierenarts. 
 Wormen : ook deze worden actief van warm-vochtig weer, ontwormt je dier op tijd. 
 Insecten : In huis zie je wel eens dat je trouwe viervoeter naar muggen of vliegen hapt. Best een leuk zicht. Maar buiten doet die het  ook naar wespen, bijen, horzels en dazen en kan je hond een fikse steek riskeren. Honden kunnen een allergische reactie hebben voor  de chemicaliën die in de angel zitten met ademhalingsproblemen tot gevolg. 

3. Warmte : 
Honden raken sneller verhit als mensen. Hier komen we nog later op terug met een uitgebreid artikel.
Maar voor de lente let ook op dat de auto snel te warm kan worden. Laat je lieveling daar niet achter. 15° kan in de zon achter de ruiten van je auto al snel te heet worden. 
Ook de vijver lokt, maar het water kan nog behoorlijk koud zijn. De spieren kunnen verkrampen en je hond geraakt in watersnood. 

4. De grote schoonmaak : 
Zowel binnen als buiten komen de grote schoonmaakmiddelen, pesticiden en onkruidverdelgers uit de kast. Deze zijn echter zeer giftig voor je huisdieren, zowel bij aanraking als inname. 
Hou deze middelen ver van je viervoeter en lees de bijsluiters. Misschien kan de hond een paar dagen niet los in de tuin. 

Met deze nadelen in je achterhoofd, ga je een fantastische lente samen met je viervoeter tegemoet. Geniet ! 


 
 

Welke Kleuren zien honden. 

Men heeft lange tijd gedacht dat honden kleurenblind waren en dat ze enkel in zwart, wit en grijstinten konden zien. Nieuw onderzoek heeft wel degelijk aangetoond dat ze kleuren kunnen onderscheiden. Ze zien alleen niet zoveel kleuren als een mens. Een hond ziet zijn omgeving in blauwe, gele en grijze tinten. 
De bovenste lijn is wat de mens ziet, de onderste wat onze hond ziet.
Dit ziet een hond

Om kleuren te kunnen waarnemen bevinden zich in het netvlies speciale cellen die licht opvangen; kegeltjes genaamd. Mensen hebben 3 soorten kegeltjes, honden en ook andere zoogdieren hebben er maar 2. 

Vaak is speelgoed voor onze hond in het rood. Maar is dat wel zo verstandig? 

Waar is de rode bal?

Een blauwe of gele bal zou veel beter opvallen. 

Honden zien ook beter in het donker dan de mens. 
De wilde familieleden en de voorouders van onze hond zijn / waren actief in de schemering om te jagen en het is daarom voor hen van belang dat ze goed zicht hebben in het donker. Honden hebben deze eigenschap nog steeds. Er zijn 3 redenen waarom honden beter zien in het donker.

Meer staafjes
In het netvlies bevinden zich naast kegeltjes ook andere lichtgevoelige cellen: staafjes. Staafjes zijn erg lichtgevoelig en zorgen ervoor dat we zelfs bij weinig licht toch kunnen zien. Honden hebben meer staafjes dan wij.

Meer lichtinval

Naast de staafjes zijn er nog 2 onderdelen van het oog die van belang zijn voor de hoeveelheid licht dat het oog binnen komt: het hoornvlies en de lens. Het hoornvlies - ook wel cornea genoemd - is het transparante deel aan de buitenkant van het oog waar het licht door naar binnen valt. De lens bevindt zich achter de pupil
Honden hebben een groter hoorvlies van mensen waardoor ze meer licht kunnen opvangen.

Tapetum lucidum
Je zult het vast wel eens gezien hebben bij een kat in het donker of op een foto waarbij flits is gebruikt: ogen van sommige dieren lichten op in het donker alsof er lampjes in zitten. Achter het netvlies bevindt zich een soort spiegeltje - het tapetum lucidum - het heeft een glimmend oppervlak en het weerspiegelt binnenkomend licht. Op deze manier kan binnenkomend licht extra benut worden. Honden hebben ook een tapetum lucidum en zien daardoor beter in het donker dan wij.
 

Pasen - let op met chocola!

 

Komend weekend is het weer Pasen, maar de winkels hebben de paasartikelen al lange tijd op voorraad. Chocolade paasartikelen in alle soorten, maten en kleuren. De chocolade paashazen zijn net kunstwerken en de paaseitjes hebben de meest vrolijke verpakkingen. Dit nodigt uit om alles mooi uit te stallen in de kamer, waardoor de paasstemming er al goed in komt. Als het eenmaal Pasen zelf is, worden er misschien ook nog wel eieren in huis verstopt voor de kinderen.

Helaas geeft uw huisdier niet zoveel om Pasen zelf, maar is de chocola daarentegen soms wél erg aantrekkelijk. En daar schuilt een gevaar: in chocolade zit namelijk de stof theobromine. Dit is giftig voor honden, katten en veel andere huisdieren. Uw dier kan hier erg ziek van worden en in zeer ernstige gevallen zelfs aan overlijden!

Wanneer u niet in de buurt bent, is het dus verstandig om chocoladeproducten op een voor uw dier onbereikbare plaats te zetten. En als u voor uw kinderen chocolade eieren gaat verstoppen, zorg dan dat uw hond de eieren niet als eerste vindt: hou hem liever even aangelijnd of in een aparte kamer.

Meer over chocoladevergiftiging en andere giftige stoffen kunt u vinden in ons Praktisch document "vergiftiging bij huisdieren". Mocht uw dier toch per ongeluk chocolade gegeten hebben, neem dan direct contact op met uw dierenarts.

Bron : LICG


De tekentijd is weer aangebroken


De eitjes, larven en nimfen van de teek hebben overwinterd in de grond of stapels bladeren. Zij worden actief zodra de temperatuur stijgt tot ongeveer acht graden Celsius. De microscopisch kleine nimfen klimmen op muizen en andere kleine dieren om hun dorst te lessen, maar ook honden en katten worden graag als gastheer gebruikt. De volwassen teek, die zich heeft ontwikkeld uit de nimf, heeft een enorme dorst en klimt daarom op alles dat warmbloedig is en voorbijloopt - hond, kat, vogel, mens - en slaat toe. Daarna heeft de teek twee tot tien dagen nodig om zich zo vol te zuigen met bloed dat het bolle lijfje duidelijk te zien is. Wanneer de teek zich uiteindelijk op de grond laat vallen, legt zij zo'n 5.000 (!) eitjes.  

De beet van de teek en zelfs het bloedzuigen is niet echt schadelijk voor de hond of de kat, behalve als er heel veel teken op het dier zitten. Veel gevaarlijker zijn de ziektes die teken bij zich dragen en in het bloed van hun gastheren afgeven. Dit kunnen levensbedreigende ziektes zijn, zoals borreliose en babesiose. Er zijn verschillende soorten teken in onze omgeving, en ze zijn allemaal in staat nare ziektes over te brengen. 

Het loont dus zeker de moeite om je dieren elke dag even na te kijken op de aanwezigheid van teken. Zie je ze, verwijder ze dan meteen. Producten die tekenbesmetting voorkomen, die teken doden en nieuwe parasieten verhinderen zich voort te planten, kun je onder meer bij de dierenarts verkrijgen. Belangrijk is dat je het juiste middel gebruikt in de juiste dosering en met regelmatige nabehandelingen. Want niet alle producten zijn nog effectief nadat een hond heeft gezwommen of een kat in de regen heeft gelopen. Ook wordt de werking na enkele weken tot enkele maanden beduidend minder. Blijf je dieren liefst behandelen totdat het weer gaat vriezen. Dan gaan de teken weer 'underground'.

Bron: Hart voor Dieren